Fotograaf

Joseph Nicéphore Niépce nam de eerste foto in 1816. Hiervoor maakte hij een doos met kleine gaatjes. In de doos maakte hij een achterwand met lichtgevoelige platen. Door het gat in de doos een paar uur te openen, ontstond er een afbeelding op de achterwand. In de loop der jaren is dit schietprincipe niet veranderd. Het gat in de doos wordt nu een lens genoemd en de lichtgevoelige achterwand is nu een lichtgevoelige elektronische sensorchip.

De eerste foto's waren erg uniek omdat er geen tweede foto kon worden afgedrukt. Dit kwam doordat de foto direct op het papier werd gebrand en niet op het negatief. De eerste negatief werd ontwikkeld rond 1850. Dit werd gedaan met glasplaten met zilverbromide die werd ondergedompeld in een gelatinelaag. Deze ontwikkeling bracht de camera dichter bij de gewone burger. Zwart-wit werd tussen 1930 en 2000 ontwikkeld Professionals of enthousiaste amateurs hadden een donkere kamer op zolder waarin de foto's werden ontwikkeld. De foto's werden ontwikkeld door de negatief en de lichtbron gedurende een bepaald aantal seconden op het fotopapier te bestralen. Hoe langer de belichtingstijd, hoe donkerder de foto werd. Daarna moet het papier in drie verschillende baden worden ondergedompeld om het papier te fixeren. Het laatste bad wordt gevuld met water om de chemicaliën af te spoelen. Om in de donkere kamer te kunnen werken werd er gebruik gemaakt van een speciaal rood licht, dit licht had geen effect op het fotopapier waardoor er toch licht in de donkere kamer was.

Rond het jaar 1981 kwam de eerste digitale camera uit dit veranderde heel veel voor de consument. Het was nu ook voor de gewone burger mogelijk om waardevolle momenten vastteleggen met de camera. Rond deze periode startte voor veel fotograven hun carriere.

Ook een geslaagd feest?

Wij zijn er om ook jouw feest geweldig te maken.